Vraagvormen
Welke vraagvormen komen op het VCA-examen voor?
Vijf, en ze zijn allemaal gesloten: je kiest, vinkt, ordent of koppelt — je schrijft nooit zelf een antwoord. Bij twee ervan levert een half goed antwoord nog punten op, bij de andere drie niet. Dat verschil bepaalt hoe je ze het beste aanpakt.
De vijf vormen naast elkaar
| Vraagvorm | Hoe hij eruitziet | Deelpunten? |
|---|---|---|
| Meerkeuzevraag | Drie antwoordalternatieven, waarvan er één juist is. | Niet van toepassing, er is één antwoord |
| Meervoudig antwoord | Vier, vijf of zes alternatieven met meerdere juiste antwoorden. Er wordt niet verteld hoeveel er juist zijn. | Ja, punten per juist antwoord en aftrek per fout antwoord |
| Matrixvraag | Drie of vier stellingen, die je elk beoordeelt met ja/nee of juist/onjuist. | Ja, punten per juiste stelling en aftrek per foute stelling |
| Rangschikvraag | Drie of vier aspecten die je in de juiste chronologische of logische volgorde zet. | Nee, de hele volgorde moet kloppen |
| Matchingvraag | Drie of vier begrippen die je koppelt aan het juiste begrip uit een tweede rijtje. | Nee, alle koppelingen moeten kloppen |
Per vorm: waarvoor hij wordt gebruikt, en hoe je hem aanpakt
Meerkeuzevraag
Drie antwoordalternatieven, waarvan er één juist is.
Waarvoor: Kennisgerichte toetstermen, en toepassingsgerichte toetstermen met een beperkte reikwijdte.
Aanpak: Er gaan geen punten af voor een fout antwoord. Laat deze vraag dus nooit leeg — kies bij twijfel het antwoord dat het meest juist lijkt.
Meervoudig antwoord
Vier, vijf of zes alternatieven met meerdere juiste antwoorden. Er wordt niet verteld hoeveel er juist zijn.
Waarvoor: Situaties waarin veilig werken meerdere juiste keuzes vraagt, zoals het kiezen van de persoonlijke beschermingsmiddelen bij een klus.
Aanpak: Vink alleen aan wat je zeker weet. Elk juist vinkje levert punten op, elk fout vinkje kost punten. Alles aanvinken levert per saldo 0 op.
Matrixvraag
Drie of vier stellingen, die je elk beoordeelt met ja/nee of juist/onjuist.
Waarvoor: Toetstermen waarbij meerdere aspecten in één vraag horen, zoals het toepassen van de richtlijnen van een werkvergunning.
Aanpak: Geef bij iedere stelling aan of die juist of onjuist is. Sla je er een over, dan mis je die punten sowieso.
Rangschikvraag
Drie of vier aspecten die je in de juiste chronologische of logische volgorde zet.
Waarvoor: Het prioriteren van maatregelen, of het bepalen van de volgorde waarin je handelt.
Aanpak: Op het examen leveren rangschikvragen alleen punten op als de hele volgorde klopt; deelpunten zijn er niet. Loop de stappen daarom nog een keer na voordat je bevestigt.
Matchingvraag
Drie of vier begrippen die je koppelt aan het juiste begrip uit een tweede rijtje.
Waarvoor: Het leggen van een relatie tussen aspecten, zoals pictogrammen van gevaarlijke stoffen aan de bijbehorende maatregel.
Aanpak: Op het examen tellen koppelvragen als geheel: er zijn geen deelpunten. Begin met de koppelingen die je zeker weet en houd de twijfelgevallen tot het laatst over.
Waarom er meer vormen zijn dan alleen meerkeuze
Omdat niet elke toetsterm een enkel feit vraagt. “De kandidaat kan in een gegeven situatie de prioriteit van preventieve maatregelen bepalen” gáát over een volgorde — dat past niet in vier antwoordopties waarvan er één juist is. “De juiste beschermingsmiddelen kiezen” heeft meestal meer dan één juist antwoord.
Kennisgerichte toetstermen worden met een meerkeuzevraag getoetst. Bij toepassingsgerichte toetstermen past het examen de vorm aan bij wat er gevraagd wordt, en hoort er een situatiebeschrijving bij met alle informatie die je nodig hebt om te antwoorden. Sinds de toetstermen van 2026 ligt de nadruk nog wat sterker op dat toepassen.
Hoe zwaar telt een vraag?
Elke vraag is maximaal 100 punten waard, ongeacht de vorm, en je slaagt bij 64,5% van het totaal. Hoeveel fouten dat per examen toelaat, blijft door de deelscores een benadering.
Waar dit vandaan komt
Hoe de vormen eruitzien staat in de Toelichting op de eind- en toetstermen van SSVV, bijlage 3: per vorm het aantal alternatieven, stellingen of koppels, en waarvoor de vorm bedoeld is. Over de score staat daar één zin, tweemaal herhaald: bij het meervoudige antwoord en bij de matrixvraag krijgt de kandidaat per juist antwoord een deel van de maximale score.
De puntenverdeling zelf — hoeveel punten per deelantwoord, en dat rangschikken en matchen geen deelpunten kennen — publiceren erkende examencentra wel, en meerdere doen dat eensluidend. Dat is de bron onder de derde kolom hierboven.
Weet je waar je staat?
Voordat je een examen boekt, kun je gratis een volledig proefexamen maken: hetzelfde aantal vragen, 60 minuten, en dezelfde slaagnorm van 64,5%. Geen account nodig. Na afloop zie je per onderwerp waar je fouten zitten.
- VCA Basis proefexamen40 vragen · gratisBeginnen
- VOL-VCA proefexamen60 vragen · gratisBeginnen
- VIL-VCU proefexamen60 vragen · gratisBeginnen
Geen uur de tijd? Begin met tien oefenvragen, met na elke vraag de uitleg. Ook zonder account.